Extreme conflictsituatie ouders rechtvaardigt verlenging uithuisplaatsing
Uit de – inmiddels verbroken – affectieve relatie tussen de ouders is in 2003 dochter D geboren. De moeder oefent van rechtswege het eenhoofdig ouderlijk gezag uit over D. Aanvankelijk verbleef D bij de moeder, maar sinds medio 2012 bij de vader.
Op 19 augustus 2014 is D voor een jaar onder toezicht gesteld en in mei 2015 is zij met spoed uit huis geplaatst, omdat de vader werd aangehouden en D niet bij haar moeder wilde wonen. Sindsdien verblijft D op een geheime locatie. De vader is op 5 november 2015 veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf.
De vader gaat in hoger beroep tegen de uithuisplaatsing van D. Hij verzoekt het hof te bepalen dat deze wordt beëindigd op het moment dat zijn detentie is afgelopen, stellende dat hij in staat is D om zelf te verzorgen en op te voeden. Tevens verzoekt hij het hof D tijdens zijn detentie bij zijn familie te plaatsen.
De vader stelt dat hij een procedure is gestart om het eenhoofdig gezag over D te verkrijgen. In augustus 2013 heeft de inmiddels ex-vriend van de moeder meerdere keren de auto waarin D en haar vader zaten met de auto aangereden, waarvoor de vriend veroordeeld is. Deze gebeurtenis heeft grote indruk gemaakt op D, voornamelijk omdat haar moeder bij haar vriend in de auto zat. D is heel stellig in haar standpunt dat ze geen contact met haar moeder wil. De vader benadrukt dat hij D daarin niet negatief beïnvloedt.
Jeugdbescherming Regio Amsterdam (de gecertificeerde instelling) heeft de uitvoering van de ondertoezichtstelling uit veiligheidsoverwegingen aan het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming (LET-JB) overgedragen. Het LET-JB is van mening dat uithuisplaatsing op een neutrale plaats noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van D. Het LET-JB wijst erop dat de ondertoezichtstelling tevens is uitgesproken omdat er veel zorgen waren over de ontwikkeling van D. Er was geen zicht op haar, omdat de vader daarvoor geen toestemming gaf. De politie heeft huisbezoeken bij (de familie van) de vader afgeraden vanwege de veiligheidsrisico’s. Het LET-JB heeft als doel dat D onvoorwaardelijk contact met haar beide ouders kan aangaan. Contact met (de familie van) vader kan een eventueel trauma vergroten en iedere opening voor contact met haar moeder wegnemen.
De moeder stelt dat plaatsing in het netwerk van de vader beslist niet in het belang van D is. D verblijft sinds juli 2012, uitdrukkelijk zonder instemming van de moeder, bij de vader. De moeder heeft hierin berust uit angst voor de vader. Zij stelt dat de gezinsvoogd zich zo bedreigd voelde door de vader, dat de uitvoering is overgedragen aan het LET-JB. De moeder betreurt het voorval uit 2013, waarvoor haar toenmalige vriend is veroordeeld. Zij stelt dat de vader zelf ook een grote rol in het incident had. Zij heeft haar kant van het verhaal echter nooit aan D kunnen vertellen, omdat de vader ieder contact tussen haar en D tegenhoudt.
D heeft zelf verklaard dat zij het naar haar zin heeft in het gezinshuis. Zij heeft aangegeven het liefst bij haar vader en diens familie te wonen, maar als dat niet mogelijk is, wil zij blijven waar zij nu is. Wel wil zij graag contact hebben met (de familie van) haar vader. Het is haar niet helder waarom dit niet kan en er zorgen zijn over haar veiligheid.
Het Gerechtshof stelt vast dat naast het incident uit 2013, meerdere (traumatiserende) incidenten hebben plaatsgevonden waarbij D in de buurt was c.q. getuige was. Zo heeft de moeder in 2011 tijdens een heftige ruzie een gebroken neus opgelopen. De veroordeling van de vader is vanwege de bedreiging en mishandeling van een huisgenote van de ex-vriend van de moeder.
Het Hof acht het noodzakelijk dat de uithuisplaatsing wordt gecontinueerd, nu er nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De verhouding tussen de ouders is extreem geëscaleerd, ten gevolge waarvan de moeder inmiddels in een beschermingsprogramma is opgenomen en continu wordt bewaakt. Volgens het Hof is D het meest gebaat bij een rustige en stabiele opvoedsituatie, zoals haar in het gezinshuis wordt geboden.
Gelet hierop worden de verzoeken van de vader afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Tenslotte en “wellicht ten overvloede” overweegt het Hof nog dat verlenging van de ondertoezichtstelling er niet aan in de weg mag staan dat aan D duidelijkheid wordt verschaft over de redenen waarom zij (de familie van) de vader niet mag zien. De enkele verwijzing naar “veiligheidsoverwegingen” acht het Hof daartoe onvoldoende. Bovendien dient LET-JB periodiek te beoordelen of contactherstel met de vader en/of zijn familie inmiddels tot de mogelijkheden behoort.
Deze uitspraak is hier na te lezen.