Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van vijf kinderen die in auto lijken te wonen
Partijen zijn de ouders van vijf nu nog minderjarige kinderen. Het gezin heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Het lijkt erop dat zij in een huurauto wonen. In juli 2024 worden de kinderen door middel van een spoedmachtiging onder toezicht van de Gecertificeerde Instelling (GI) gesteld en uit huis in verschillende pleeggezinnen geplaatst. Sindsdien hebben zij de ouders niet meer gezien.
De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt (RvdK) een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging uithuisplaatsing voor de duur van drie maanden. De Raad zegt zich al langere tijd zorgen te maken over het gezin. De kinderen vertonen tekenen van verwaarlozing en de ouders hebben onvoldoende middelen, waaronder eten en luiers. De RvdK vindt het extra zorgwekkend dat de ouders zich aan de hulpverlening onttrekken door Nederland al meerdere keren te hebben verlaten. Mede gelet op het feit dat de ouders steeds onder de radar verdwijnen, acht de RvdK het noodzakelijk dat de kinderen uit huis worden geplaatst en in de komende periode te onderzoeken hoe de situatie van de ouders eruitziet.
De rechtbank overweegt dat de kinderen nog zeer jong en kwetsbaar zijn, waardoor het van groot belang is dat zij verblijven in een stabiele, rustige en veilige omgeving. Op dit moment is er nog veel niet duidelijk. Hoewel de ouders de zorgen over de ontwikkeling van de kinderen niet zeggen te herkennen, zijn die er weldegelijk. De zorgen zijn gelegen in het feit dat het gezin niet over een woning in Nederland lijkt te beschikken en in een auto lijkt te wonen, de kinderen onverzorgd lijken, onvoldoende basale zorg ontvangen, zoals een tekort aan luiers en voeding, en er bovendien vermoedens zijn van fysieke mishandeling van de kinderen.
Vast staat dat de ouders in juni 2024 op verschillende momenten in contact zijn geweest met professionals, waaronder Veilig Thuis, de wijkagent, het Crisis Interventie Team, de politie en de moskee, maar dat zij (willen) vertrekken als geprobeerd wordt verder onderzoek naar hun situatie te doen. Daarnaast doen de kinderen zorgwekkende uitspraken, vertonen zij opvallend gedrag en is het onduidelijk waar de ouders op dit moment verblijven. Om meer duidelijkheid te krijgen, is het van belang dat de situatie grondig wordt onderzocht, vooral gelet op de zeer jonge leeftijd van de kinderen.
De rechtbank acht het noodzakelijk dat de kinderen uit huis worden geplaatst totdat meer duidelijkheid over hun opvoedsituatie bestaat en wijst het verzoek toe. Daarbij gaat de rechtbank er vanuit dat de GI zich zal inspannen om de kinderen bij elkaar te plaatsen en omgang met de ouders te organiseren.
De uitspraak is hier te lezen.