Voor kinderen is het van belang dat zij door hun ouders gezien worden
Uit de affectieve relatie tussen partijen zijn twee – thans nog minderjarige – kinderen geboren, over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. In 2018 beëindigen partijen hun relatie. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vader en staan – vanwege de voortdurende strijd tussen hun ouders – sinds februari 2021 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI). Er is een zorgregeling tussen de moeder en de kinderen van kracht. Beide partijen hebben een nieuwe partner en een nieuw gezin.
De moeder verzoekt de rechtbank om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen en om een zorgregeling tussen de vader en de kinderen vast te stellen.
De rechtbank stelt vast dat de kinderen zich met de hulpverlening en op eigen kracht vooralsnog staande houden, maar heeft grote zorgen over de houdbaarheid van die situatie. Een terugkerende zorg is dat de kinderen onvoldoende gezien worden in de nieuwe gezinnen van hun ouders.
Dat de vader tegen hen heeft uitgesproken dat zij niet op de eerste en tweede plek staan, heeft daarbij veel pijn en schade veroorzaakt. Verder heeft de rechtbank zorgen over de veiligheid van de kinderen bij de vader, gezien vermoedens van fysiek en seksueel grensoverschrijdend gedrag door de zoon van zijn nieuwe partner. De kinderen werden hierin door hem niet serieus genomen, waardoor zij zich hierover naar de vader en zijn partner ook niet meer durven uit te spreken. Een wijziging van de hoofdverblijfplaats is vanuit dit perspectief naar het oordeel van de rechtbank in het belang van de kinderen te achten. Dat geldt des te meer, omdat de vader voornemens is om met zijn nieuwe partner te gaan samenwonen.
Voor de kinderen is het heel belangrijk dat zij door hun ouders worden gezien; zij willen het gevoel hebben dat zij op de eerste plaats komen en dat rekening wordt gehouden met hun wensen en behoeften. De moeder lijkt op dit moment beter dan de vader in staat om hen hierin tegemoet te komen. Weliswaar staat de vader inmiddels open voor opvoedondersteuning, maar het is nog maar de vraag of dit de situatie gaat verbeteren. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat een vergelijkbaar traject eerder zonder succes is afgesloten, omdat de vader aangaf geen opvoedvragen te hebben.
De rechtbank wijst de verzoeken van de moeder toe. De rechtbank is zich ervan bewust dat dit een ingrijpende beslissing is, nu de kinderen jarenlang hun hoofdverblijfplaats bij de vader hebben gehad en aldaar geaard en geworteld zijn. De rechtbank weegt daarbij echter het volgende mee: (1) de rechtbank verwacht dat de kinderen voldoende weerbaar zijn om deze verandering aan te kunnen, (2) de woonplaats van de moeder is voor hen een bekende plek omdat de zorgregeling daar al voor een deel plaatsvindt, (3) de GI kan vanuit de ondertoezichtstelling de overgang begeleiden, (4) de kinderen hebben zelf de wens om te verhuizen en (5) de paardencoaching kan doorgaan, wat van groot belang is omdat dit een veilige haven is en de kinderen hiervan veel steun ervaren.
De rechtbank merkt nog op dat deze beslissing een grote verantwoordelijkheid meebrengt voor de moeder; zij zal zich moeten inspannen om de kinderen het gevoel te geven dat zij onderdeel zijn van het gezin. Ook zal zij zich moeten inzetten om de band met de vader goed te houden. Op beide vlakken dient de moeder extra stappen te gaan zetten; haar uitgesproken wens voor eenhoofdig gezag is naar het oordeel van de rechtbank juist geen stap in de goede richting.
Op de zitting heeft de moeder verklaard zich hiervoor in te zetten en daarbij ook te reflecteren op haar eigen rol. De rechtbank verwacht ook van de vader dat hij dit blijft doen.
De rechtbank snapt dat de beslissing voor de vader teleurstellend is, aangezien hij jarenlang het grootste deel van de zorg op zich heeft genomen. Echter, de belangen van de kinderen staan voorop. Daarbij is de rechtbank zich ervan bewust dat de beslissingen geen oplossing zijn voor alle problemen die spelen. Die ligt in handen van de ouders, waarbij een solo-parallel ouderschap mogelijk een oplossing kan bieden.
De uitspraak is hier te vinden.